| Ghanezen |
|
|
|
|
Pagina 1 van 6 ![]() Kaart van Ghana met alle verschillende etnische groepen Ghanezen, waar dit gedeelte van de website over gaat, vertonen sterke overeenkomsten met de sociaal-economische en culturele positie van de etnische minderheden, maar behoren niet tot deze groep. De meeste Ghanezen kwamen namelijk niet vanwege politieke redenen of op uitnodiging van de Nederlandse regering (zoals bijvoorbeeld de Turken) naar Nederland. Het ontbreken van deze minderhedenstatus betekent dat deze bevolkingsgroep niet op dezelfde overheidssteun kan rekenen als andere allochtone bevolkingsgroepen. Dat deze situatie hun integratie in Nederland niet bevordert, behoeft geen nadere uitleg. GhanaDe republiek Ghana is een West-Afrikaans land, gelegen aan de golf van Guinee. In het westen grenst zij aan Ivoorkust, in het Noorden aan Burkina Faso en in het Oosten aan Togo. Het land is 238.000 vierkante kilometer groot en daarmee zeven maal de oppervlakte van Nederland. Het land telt zo’n 20,5 miljoen inwoners. De hoofdstad, Accra, telt circa 1 miljoen inwoners. Taal en cultuurEngels is in Ghana de officiële taal. Daarnaast worden nog ongeveer 75 andere talen en dialecten gesproken, elk geassocieerd met een etnische bevolkingsgroep, waaronder bijvoorbeeld Akan (circa 40 procent van de bevolking), Mole-Dagbani, Ewe, Fante en Ga-Adangbe. Ondanks deze grote diversiteit aan etnische groeperingen ervaren Ghanezen zichzelf als leden van één natie. Dit komt doordat in de eerste jaren van de onafhankelijkheid veel aandacht is gegeven aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke nationale Ghanese identiteit. GeloofNaast Christendom (42 procent) en Islam (30 procent) hebben inheemse godsdiensten (28 procent) veel aanhang. Ghana heeft zijn rijke cultuur weten te behouden, zoals de traditionele cultuur met betrekking tot rituelen rond geboorte en begrafenis en familiestructuren. De Islam heeft met name in het noorden van Ghana invloed terwijl het Christendom in het zuiden is geconcentreerd. Grote spanningen en rellen tussen Christenen en Islamieten, zoals in Nigeria, worden echter niet gesignaleerd. Ghana als kolonieDe Britten arriveerden in de achttiende eeuw aan de kuststreken van de Goudkust (zoals Ghana toen genoemd werd), met name om handel te drijven. Tot 1871 was de Goudkust en met name het gebied rond St. George del Mina (Elmina), Nederlands. Nederland verruilde dit gebied echter met de Britten voor toestemming om contractarbeiders uit Brits-Indie te werven voor de Surinaamse plantages en kreeg de vrije hand in Atjeh (de Sumatra-overeenkomst). Als gevolg van de Frans-Britse rivaliteit in de regio vielen de Britten in 1874 het Ashanti-koninkrijk binnen en riepen zij de Goudkust uit tot een Britse kolonie, wat het tot 1957 zou blijven. Economische situatie na onafhankelijkheidIn de eerste jaren na de onafhankelijkheid van 1957waren de economische perspectieven voor Ghana gunstig; het land kende een relatief hoge levensstandaard. De regering van Kwame Nkrumah, de eerste president van Ghana, streefde naar snelle industrialisatie, gefinancierd met exportinkomsten. Ontoereikende planning en een daling van de wereldmarktprijs voor cacao gooiden echter roet in het eten. Had Ghana begin jaren zeventig nog een derde van de wereldmarkt voor cacao in handen, in 1990 was dit aandeel tot 13 procent gedaald. Huidige economische situatieGhana behoort met een groei van zo’n 4 à 5 procent per jaar tot de snelst groeiende economieën van het Afrikaanse continent. Het land bevindt zich in een overgangsfase van ontwikkelingsstaat naar vrije, westerse markteconomie. Het is een tropisch land met regenwouden en savannes, waarin landbouw en bosbouw de belangrijke pijlers van de economie zijn. Ghanezen zijn vooral boeren en handelaren in authentieke handwerken en kleding, groenten en fruit. Ghana exporteert cacao, timmerhout en goud en behoort mede daardoor niet tot de armere ontwikkelingslanden; het staat op de 46ste plaats van de human poverty index. Deelname maatschappijNaar schatting bedraagt de werkloosheid momenteel zo’n 20 procent. Naast landbouw, waarin bijna de helft van de bevolking werkzaam is, zijn visserij en bosbouw belangrijk voor de werkgelegenheid. De economie van Ghana is gevoelig voor schommelingen in de prijs van exportproducten zoals cacao. Tegenwoordig zijn de financiële middelen en goederen die worden overgemaakt door Ghanezen uit het buitenland een belangrijke inkomstenbron. GezondheidNet als in andere Afrikaanse landen is aids ook in Ghana een groot probleem. Begin 1996 waren er 150.000 tot 300.000 geschatte HIV-geïnfecteerden en 30.000 tot 40.000 daadwerkelijke aids-patiënten. Daarnaast blijft de gezondheidszorg vaak nog onbereikbaar voor de plattelandsbevolking, zodat in Ghana nog dagelijks mensen sterven aan buiktyfus, TBC, malaria en aids. |



