Sporen van Migratie


Hugenoten (Samenvatting) PDF Afdrukken E-mail

De hugenoten kwamen vooral in de 17e eeuw ons land binnen. Hugenoten waren Franse protestanten, die de leer van Johannes Calvijn volgden. Kenmerkend voor hen was een sterk geloof in vrijheid, niet alleen op godsdienstig gebied, maar ook wat betreft politieke zaken. Onder Hendrik IV verworven de hugenoten vrijheden met het Edict van Nantes in 1598. Het dominante geloof in Frankrijk was het katholicisme en het was in die tijd uniek dat er binnen een staat tolerantie bestond ten opzichte van andere geloven. Hugenoten kregen toestemming om functies in het leger en het bestuur uit te oefenen en om zich te kunnen organiseren richtten ze de Assembleé Generale op. De hugenoten woonden verspreid over heel Frankrijk en hadden aanhangers onder alle lagen van de bevolking: bij de hoge en lage adel, maar ook bij de burgerij. Na 1620 keerde het tij echter voor deze bevolkingsgroep.

Vervolging van hugenoten in Frankrijk

Koning Lodewijk XIII wilde een einde maken aan de politieke en godsdienstige macht van de hugenoten. De hugenoten werden vervolgd, ze moesten zich bekeren of anders wachtte hen een lange gevangenisstraf óf als ze vluchtten zelfs de doodstraf. Ook alle rechten die zij hadden verkregen in 1598 werden hen afgenomen. Zeker 200.000 hugenoten (ca. 20% van alle hugenoten in Frankrijk) vluchtten rond 1685 de grens over. Vanuit de kustprovincies trokken ze over zee naar Engeland óf naar de Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, óf via andere vluchtroutes naar Zwitserland óf zelfs Zuid-Afrika. Niet alle hugenoten vluchtten, sommigen gingen over tot een ‘nepbekering’, en deden alsof ze weer katholiek waren.

Vestiging in de Republiek

De Republiek werd een toevluchtsoord voor veel hugenoten. Belangrijke motieven waren de aanwezigheid van een Waalse kerk (Franstalig), economische voorspoed als gevolg van de ‘Gouden Eeuw’ en er heerste verdraagzaamheid. Daarnaast was de Republiek gunstig gelegen tussen de grootmachten en was het een uitstekend kruispunt van handelswegen. Door die opbloeiende handel, vooral die met Frankrijk, probeerden Hollandse steden hugenoten binnen te halen. Om dat aantrekkelijk te maken werd in Rotterdam de hugenoten een gratis poorterschap verstrekt, die je normaal moest kopen.
De leden van de Waalse kerk vingen de hugenootse vluchtelingen op, ondermeer door informele netwerken, zoals de ‘jufferssociëteiten’, de sociëteiten van hugenootse vrouwen. De Rotterdamse overheid gaf steun aan de vluchtelingen, omdat de hugenoten qua afkomst en opleiding een hoog niveau hadden. Ook hoopte de overheid dat de stad kon profiteren van de internationale contacten die de hugenoten als vanouds onderhielden. Vanwege de economische crisis van 1688 en de daarop volgende recessie werd de gastvrijheid echter een stuk minder, zo werden bijvoorbeeld een aantal privileges van de hugenoten ingetrokken. Toch besloot een groot deel van de hugenoten in de Republiek te blijven en liet zich neutraliseren. 

Invloed van de hugenoten 

De invloed van de hugenoten op het leven in de Republiek is groter geweest dan hun aantal doet vermoeden. Deze invloed ging vooral uit van de groep kooplieden en ambachtslieden onder hen, zoals de koopman David Chabot. Door hun financiële mogelijkheden kon er geïnvesteerd worden in handel en landbouw. Onder de hugenoten bevonden zich ook vele wetenschappers, onderwijzers, rechtsgeleerden en advocaten. Een goed voorbeeld hiervan is Pierre Bayle, hij werd benoemd tot hoogleraar in filosofie en geschiedenis aan de Illustre School in Rotterdam. Hugenoten werden ook beïnvloed door de cultuur in de Republiek, zij vertaalden bijvoorbeeld hun naam van het Frans naar het Nederlands. Echte hugenoten zijn er niet meer, alleen nog de afstammelingen die door de eeuwen heen zijn opgegaan in het Nederlandse volk.

 

© 2013 Gemeentearchief Rotterdam - www.gemeentearchief.rotterdam.nl
ontwerp: Daisy Erades - www.daisy-web.nl | sitebouw: Trilobiet I.D. - www.trilobiet.nl