|
De geschiedenis van Suriname wordt overheerst door de koloniale mogendheden die het land als wingewest gebruikten, zo ook door de Nederlanders. Voor de plantagelandbouw in Suriname waren arbeidskrachten nodig, hiervoor haalde men slaven uit Afrika. In 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft, en in plaats van slaven werden er contractarbeiders gehaald: Javanen, Chinezen en Hindoestanen. Surinamers kwamen al heel vroeg naar Nederland om er te studeren. Naast studenten woonden in Nederland in de jaren zestig ook Surinaamse verpleegsters, onderwijzers, ambtenaren en enkele arbeiders. In de jaren zeventig kwam de massale emigratie van Suriname naar Nederland op gang. Suriname was in 1975 onafhankelijk geworden en uit angst voor de politieke onzekere toekomst, kwamen Surinamers naar Nederland voor een beter bestaan. Zij waren toen allen nog staatsrechtelijk Nederlander. De emigratie was vooral gericht op de Randstad. De aankomst in Nederland was destijds niet gemakkelijk, doordat deze plaatsvond ten tijde van de oliecrisis en groeiende werkloosheid. Hierdoor waren er toen weinig arbeidsmogelijkheden voor de Surinamers, later trok dat bij. Met de komst van Surinaamse en andere migranten naar Rotterdam heeft de stad een meer internationaal en soms ook exotischer karakter gekregen. Bijna de helft van de Rotterdamse bevolking bestaat uit allochtonen. Eind jaren negentig waren er ruim 4000 allochtone ondernemers in Rotterdam, met meestal kleine bedrijven in groothandel, detailhandel of horeca. Van deze ondernemers is 25% van Surinaamse afkomst; zij werken niet alleen in handel of horeca, maar ook relatief vaak in de zakelijke of persoonlijke dienstverleningssector. Dit komt doordat Surinamers over het algemeen over een hoger opleidingsniveau beschikken dan andere etnische groeperingen. Wat betreft de woonsituatie zien we een ander beeld. Surinamers wonen, net als de andere etnische groeperingen, veel meer in flats dan autochtone Rotterdammers, die ook veel vaker een eengezinswoning hebben. Voorts zijn er meer autochtonen met een hoog inkomen dan allochtonen, alhoewel de Surinamers, en ook de Antillianen, op hogere inkomens daar beter scoren dan de Turken en Marokkanen. De groep Surinamers lijkt in zijn geheel al in veel opzichten steeds meer op de autochtone Rotterdammers en voor de Surinaamse jeugd is dit nog meer van toepassing. Ook op het gebied van mediagebruik lijkt het gedrag van de Surinaamse tweede generatie het meest op dat van autochtone jongeren. Hetzelfde geldt voor cultuurparticipatie oftewel het bezoeken van culturele activiteiten. Als gevolg van demografische ontwikkelingen stijgt het aantal allochtone ouderen snel en hun gezondheid is vaak slecht. Het zorgaanbod sluit niet goed aan op de wensen en behoeftes van deze ouderen en communicatieproblemen zorgen voor allerlei drempels. Dit is gebleken uit onderzoek in Rotterdam-Noord. Daar leven ongeveer 2000 allochtone ouderen (> 50 jaar) en daarbinnen vormen de Surinamers, net als in de rest van Rotterdam, de grootste groep. Velen van hen zijn werkloos, vaak vanwege arbeidsongeschiktheid, ze hebben een laag netto inkomen en zijn, zoals eerder opgemerkt, niet zo gezond. Er zijn ontwikkelingen om deze problemen op te lossen, zoals het opzetten van ontmoetingscentra en woongroepen voor en door allochtone ouderen. De bevolkingsgroep Rotterdammers van Surinaamse afkomst zal in de toekomst flink toenemen, naar verwachting met een kwart. Deze en andere ontwikkelingen leiden ertoe, dat het etiket ‘multicultureel’ steeds meer van toepassing zal zijn op de stad Rotterdam.
|