| Surinamers |
|
|
|
|
Pagina 1 van 5 De geschiedenis van Suriname wordt overheerst door de koloniale mogendheden die er voor langere of kortere tijd neerstreken en het land als een wingewest gebruikten. Spanjaarden en Nederlanders waren al in Suriname geweest toen na 1650 Engelse kolonisten zich met succes vestigden aan de Surinamerivier. Hun kolonie groeide uit tot 175 plantages met ruim 4000 kolonisten en slaven.De slaven kwamen uit Afrika. Door het tekort aan arbeidskrachten in de Amerikaanse koloniën haalden de Spanjaarden en Portugezen al vanaf het begin van de 16e eeuw slaven uit Afrika. De Hollanders, en later ook de Britten en Fransen, namen in de 17e eeuw de slavenhandel van de Portugezen over.
WICIn 1667 veroverde Abraham Crijnsen de Engelse kolonie in Suriname voor Zeeland. Via deze provincie kwam de kolonie in handen van de West-Indische Compagnie (WIC) die er een NV voor stichtte met de WIC, de stad Amsterdam en de familie Van Aerssen van Sommelsdijk als aandeelhouders. PlantagesDe door deze NV aangestelde bestuurders, gouverneurs geheten, zorgden voor steeds meer plantages. Dat deden ze vooral door oorlog te voeren tegen de inheemse Indianen en de weggelopen slaven die de plantages aanvielen. Op deze manier konden de gouverneurs makkelijk investeerders uit Europa aantrekken, want voor de plantagelandbouw, gericht op de koffie- en suikerexport, was veel geld nodig. CrisisDe Surinaamse suiker en koffie, maar ook die uit Frans West-Indië werd in Nederland verkocht. Door ontwikkelingen in Frankrijk verwachtten na 1750 veel Amsterdamse investeerders een grotere afzet van Surinaamse suiker en koffie op de Nederlandse markt. Daarop vooruitlopend investeerden ze miljoenen in Suriname, die echter niet leidden tot meer export naar Nederland. Een crisis op de Amsterdamse beurs in 1773 maakte een definitief einde aan de investeringen. Veel plantage-eigenaren in Suriname hadden zich al in de schulden gestoken en kwamen nu in de problemen. Ze moesten hun plantages verkopen aan Nederlandse financiers. De planters-eigenaars werden vervangen door administrateurs en directeuren. Slaven en weglopersVoor de 50.000 slaven in Suriname rond 1800 veranderde er weinig, omdat ze op de plantages moesten blijven werken. Wel daalde het aantal slaven langzaam, onder andere doordat een deel van de slaven wegliep. Met deze ‘bosnegergemeenschappen’ sloot de koloniale regering vrede om de plantages te beschermen. Afschaffing slavernijDe slavernij in Suriname werd in 1863 afgeschaft, maar de nog ongeveer 30.000 slaven werden in 1873 pas echt vrij omdat ze toen niet meer verplicht waren contracten met een plantage-eigenaar af te sluiten. Voor de plantages betekende dit een verlies van veel arbeidskrachten. Plantages werden nu samengevoegd en de verwerking van suikerriet gemechaniseerd om dit probleem op te lossen. Contractarbeiders in plaats van slavenOndanks dat er minder (suiker-) plantages overbleven en de koffie-, cacao- en katoenplantages verdwenen, werd de plantagelandbouw of ‘grote landbouw’ in koloniaal opzicht nog steeds gestimuleerd. Om het gebrek aan arbeidskrachten op de plantages op te lossen, contracteerde de koloniale overheid tienduizenden arbeiders in voormalig Brits-Indië en Nederlands-Indië. Ze waren verplicht om vijf jaar op de plantages in Suriname te gaan werken, waarna ze weer naar hun geboorteland terug konden. HindoestanenVan deze grote groep contractarbeiders kwamen er ruim 35.000 uit Brits-Indië naar Suriname en van deze Hindoestanen bleven er ruim 25.000 in Suriname na afloop van hun contract. Vrijwel alle Hindoestaanse contractarbeiders kwamen naar Suriname in de periode tussen 1873 en 1916. In dat laatste jaar zorgde de nationalistische oppositie in Brits-Indië voor het einde van deze arbeidsmigratie. JavanenEen bijna even grote groep contractarbeiders waren de Javanen, waarvan er tussen 1890 en 1939 zo’n 33.000 vanuit Nederlands-Indië naar Suriname werden verscheept om op de plantages te werken. Van de Javanen keerde in de loop van de tijd een kwart terug naar Indonesië. Aan de Javaanse arbeidsmigratie naar Suriname kwam voor de Tweede Wereldoorlog een einde door het verval van de plantages. Vestiging contractarbeidersDe vele tienduizenden contractarbeiders die achterbleven, vestigden zich in Suriname en kwamen vaak in het bezit van kleine stukken landbouwgrond waar zij voedsel verbouwden. Deze ontwikkeling werd na 1890 door de koloniale overheid bevorderd. Gevolgen slavernij en plantagelandbouwAl met al heeft de plantagelandbouw de geschiedenis van Suriname zeer sterk beïnvloed. Na de afschaffing van de slavernij vonden bijvoorbeeld grote verschuivingen plaats: de oorspronkelijk Afrikaanse Surinamers trokken naar de bos- en mijnbouw en de dienstensector, terwijl Hindoestanen en Javanen zich met de landbouw gingen bezighouden. Tot op de dag van vandaag zijn de gevolgen van de slavernij en de daarop volgende verschuivingen merkbaar, bijvoorbeeld op het gebied van de zwakke sociaal-economische en politieke structuur. OnafhankelijkheidNa de Tweede Wereldoorlog kreeg Suriname veel autonomie, maar het zou nog tot 1975 duren voordat Suriname onafhankelijk werd. De banden met en oriëntatie op Nederland bleven echter sterk. Al spoedig volgde in 1980 een militaire staatsgreep die een einde had moeten maken aan de slechte sociaal-economische situatie, maar daar kwam onder leiding van Bouterse weinig van terecht. In december van 1982 werden 15 politieke tegenstanders van Bouterse vermoord en schortte Nederland (tot de herdemocratisering van 1987) de ontwikkelingshulp op. Dat zou in 1990 na een staatsgreep opnieuw gebeuren. Daarna bleef de situatie in het land vooral economisch verslechteren. |



Dit wordt de ‘driehoekshandel’ genoemd, die enkele eeuwen zou blijven bestaan tussen Europa, Afrika en Amerika: schepen trokken vanuit Europa naar Afrika met handelswaar als geweren, ammunitie, voedsel en textiel. Deze producten werden in Afrika geruild voor slaven, die door Afrikaanse slavenhandelaren uit het binnenland werden aangevoerd. De slaven werden vervolgens verscheept naar de koloniën in de Nieuwe Wereld en daar verkocht. De schepen, nu met een lading suiker, katoen en tabak, keerden weer terug naar Europa, waar deze producten werden verwerkt.