| Duitse dienstboden en Surinamers |
|
|
|
Wanneer kwam men en met hoeveel?Al vroeg kwamen er heel veel Surinamers naar Nederland: in de jaren zestig waren het er al 17.000. Het waren veelal studenten die op het onderwijs hier afkwamen, maar ook veel onderwijzers, ambtenaren en verpleegsters. Een klein deel van de groep was arbeider. Pas in de jaren zeventig kwam de echt grote golf emigranten naar Nederland: vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname, dat was in 1975, trokken grote groepen hierheen, van totaal zo'n 60.000 personen. Hiervan kwamen er zo'n 14.000 in Rotterdam terecht. Vandaag de dag wonen er zo'n 300.000 mensen van Surinaamse afkomst in Nederland, waarvan er 50.000 in Rotterdam. De Duitse dienstbodes kwamen in tegenstelling tot de Surinamers veel eerder. Zij verhuisden naar Nederland in het Interbellum. Dit gebeurde in 2 emigratie golven. De eerste golf was van 1920 tot 1923. De tweede golf vind plaats in 1929, na de beurskrach van Wallstreet. Tot 1932 komen er dan weer veel Duitse meisje in Nederland werken. Wat waren de push- en de pullfactoren?Er waren een paar duidelijke redenen aan te wijzen waarom de Surinamers uit Suriname weg wilden, en naar Nederland toe wilden komen, de zogenaamde "push- en pullfactoren". In de jaren '60 kwamen de Surinamers naar Nederland, omdat de werkgelegenheid in Suriname te wensen over liet (push) en men had in Nederland meer kans op een arbeidsplaats (pull). Later, halverwege de jaren '70, kwam de echte grote golf van immigranten. Dit had vooral te maken met de onzekere toekomst van Suriname met het oog op de onafhankelijkheidsverklaring. Veel mensen waren bang voor een politieke chaos na deze verklaring (push), en besloten daarom naar het stabielere Nederland te vertrekken, nu zij nog staatsrechtelijk burger van dit land waren (pull). De economische situatie van Duitsland was erbarmelijk. In Duitsland hadden ze te maken met prijsstijgingen en geldontwaarding. De mannen die niet gesneuveld waren in de oorlog namen de werkplekken weer in van de dames. Zij konden dus weer in de huishouding gaan werken. Dat was alleen niet zo lucratief. Gooi daarbij de politieke onrust van waarin Duitland verkeerde en zie het ontploffen. Wat waren vroeger en zijn nu de middelen van bestaan?Vroeger werkten de Surinamers voornamelijk op de plantages. De economie van Suriname dreef dan ook vooral op de export van tropische landbouwproducten als koffie, suiker, cacao en katoen. Tegenwoordig drijft de economie vooral op de productie van bauxiet. Landbouw is ook ruim aanwezig in Suriname. Langs de kust zijn een aantal grootlandbouwbedrijven gevestigd, die vooral tropische dingen als palmolie en bananen produceren. Verder zijn er veel kleinere landbouwbedrijven. Ondanks bovengenoemde zaken neemt de dienstensector het grootste deel van de werkgelegenheid voor zijn rekening, met veel ambtenaren. Duitsland had net als de andere landen in Europa een Industriële revolutie ondergaan. De fabrieken sprongen als paddenstoelen uit de grond en Duitsland ontwikkelde zich als een belangrijke pion in de mondiale metaalindustrie. De mensen werkten dus hoofdzakelijk in de fabrieken en in de dienstverlening en niet meer in de landbouw. Enkele typische bijdragen aan de cultuur van RotterdamEr wordt vaak gesproken over de multiculturele samenleving. Door de vestiging van de vele vluchtelingen en gastarbeiders is Rotterdam hét voorbeeld van zo'n samenleving. Het bekendste multiculturele feest van Rotterdam is Dunya. Dit is een festival van wereldmuziek, dans en vertelkunsten uit allerlei culturen, inclusief de Surinaamse cultuur. Verder staan in theaters als Theater Zuidplein geregeld optredens gepland waarbij de Surinaamse cultuur heel nadrukkelijk aanwezig is. Ook op het gebied van muziek en cabaret laten de Surinamers zich gelden met namen als Four Sure & Deborah J. Carter (paramaribob), Denise Jannah (gedichten op muziek), Jetty Mathurin (cabaretkunst) en, op landelijk niveau, Jörgen Raymann, een stand-up comedian met een eigen tv-show opgenomen in het Rotterdamse Nighttown. Ook zijn er in Rotterdam veel Surinaamse winkeltjes en toko's te vinden. Een toko is een klein restaurantje waar de moeder van het gezin meestal de touwtjes in handen heeft. Verder kun je in drukke winkelstraten als bijvoorbeeld de lijnbaan genieten van de heerlijke "Surinaamse broodjes" verkrijgbaar in de vaak gelijknamige zaken. Bijdrages aan de cultuur van Rotterdam door Duitse dienstbodes zijn te verwaarlozen. Doordat zij na een aantal jaren terug keerden naar Duitsland hadden zij niet het verlangen veel op te gaan zetten in Nederland. Ze hebben Rotterdam wel “verrijkt” Duitse verenigingen en kerken. Hoe verliep en verloopt de integratie met de Rotterdammers?Van alle etnische groeperingen verliep de integratie van de Surinamers het makkelijkst. Dit is waarschijnlijk deels te wijten aan de kennis van de taal die zij al hadden door het koloniale verleden. Ook zal het feit dat veel hogeropgeleiden hierheen migreerden geholpen hebben bij de integratie. Op het gebied van onderwijs zitten de Surinamers van alle etnische minderheden het dichtst bij het opleidingsniveau van de autochtone bevolking. Van alle groeperingen scoren zij het hoogst qua onderwijs. Zoals al eerder gezegd, hebben relatief veel Surinamers dus ook een hooggeschoolde baan. Duitse dienstbodes integreerden goed. De mensen waren blij met de hulpen in de huishouding. Door de verenigingen die voor en door hen opgericht waren konden zij goed hun plek vinden in de grote havenstad. Zoals bekend hadden de Duitsers weinig problemen met de Nederlands taal. Dit bevorderde het functioneren van hen in de Rotterdamse samenleving. Het feit dat zij inwoonden bij Nederlanders heeft ook bijgedragen aan het integratieproces. Zo kon er geen gettovorming ontstaan waarin de bewoners strak vasthouden aan hun eigen taal en gewoonte. Nou scheelt het natuurlijk veel dat de Duitse en Nederlandse cultuur maar weinig van elkaar verschilden. De meeste dienstbodes zijn weer teruggekeerd naar hun moederland. Zij zijn nu geen groep meer in Rotterdam. Op welke problemen stoot men?Men spreekt in de door ons gebruikte bron van een werkeloosheidspercentage dat bij de allochtone bevolking twee tot drie keer hoger ligt dan bij de autochtone bevolking. Wat mij stoort is dat hierbij alle allochtonen "op een hoop" gaan. In voorgaande vragen was duidelijk te lezen dat de Surinamers in alles zeer dicht bij de autochtone bevolking stonden, en daarom denk ik dat dit werkeloosheidspercentage van álle allochtonen niet erg representatief is voor de Surinamers in het bijzonder. De problemen van de Duitse dienstbodes zijn van minder zware kant. Eigenlijk hadden zij weinig echte problemen. Zij verdienden meer dan in Duitsland voor hetzelfde werk en hadden kost en inwoning. Problemen voor hen zouden kunnen zijn dat ze soms erg strak behandeld werden. De baas des huizes hield hen goed in de gaten en ze moesten zwaar werk verrichten en lange dagen maken. Ze hadden verder weinig vrij en mochten bijvoorbeeld geen vaste vriend hebben. Zijn de immigranten "geslaagd" te noemen?Ik denk zeker dat de Surinamers over het algemeen geslaagd zijn in de integratie. Zoals eerder genoemd, staan de Surinamers van alle etnische groepen het dichtst bij de situatie van de autochtone bevolking op het gebied van arbeid, loon, wonen, opleiding, mediagebruik, cultuur, kortom de belangrijkste punten van een geslaagde integratie. Behalve dat de Surinamers goed functioneren binnen de maatschappij, brengen ze ook een stuk meer kleur in de Rotterdamse stadscultuur, met theater, cabaret, muziek, dans en culinaire hoogstandjes. Een opvallend pluspunt is verder, dat de Surinamers bereid zijn problemen die ze hebben, op het gebied van ouderenzorg, zelf aan te pakken en op te lossen zoals dat voor hen het beste is. Duitse dienstbodes zijn zeker geslaagd. Zij deden wat Nederlanders hopen dat immigranten doen: hier komen werken als het nodig is en als er geen werk meer is ophoepelen. In de tijd dat ze nodig waren hebben zij de Nederlandse gezinnen goed geholpen. Er waren maar weinig problemen met hen toen ze in Nederland waren. Nu wonen ze allemaal weer in Duitsland. Bart en Jan Willem, maart 2003 (leerlingen 4 havo Melanchthon College) |


