| Duitse dienstbodes en Kaapverdiaanse zeelieden |
|
|
|
|
Ik heb een vergelijking gemaakt tussen de motieven waarom de Duitse dienstboden naar Rotterdam kwamen en later Kaapverdiaanse zeelieden en hun vrouwen. Dit vond ik vooral leuk, omdat ik zelf van Kaapverdiaanse herkomst ben. De zaak raakt mij dus zelf. In de jaren twintig en dertig kwamen er vele tienduizenden jonge, ongehuwde Duitse dienstboden naar Rotterdam. Ze kwamen hier werken in de huishouding. Dit deden zij omdat de toestand in Duitsland slecht was. Door de eerste wereldoorlog waren vele Duitse mannen gesneuveld. Vrouwen moesten geld verdienen ook voor hun familie. Nederland had echter niet deelgenomen aan de oorlog en dus was de situatie hier minder slecht. Dienstboden werden hier ook steeds duurder, zodat Nederlanders over de grens keken naar vrouwen die hier wilden werken in de huishouding. Deze vrouwen kwamen overigens niet alleen om het geld. Sommigen verlieten Duitsland omdat hun familiesituatie niet goed was, of zij vertrokken uit nieuwsgierigheid naar Nederland. Als ze hier waren, dan hadden de Duitse dienstboden het niet zo goed. Ze hadden weinig vrije tijd. Meestal hadden ze het gezin waarin ze terechtkwamen ook niet bijzonder naar hun zin, terwijl ze weinig contact met de buitenwereld. Ook was hun loon laag. Toch zouden de meesten pas terugkeren toen de politieke en economische vooruitzichten in de ‘Heimat’ verbeterd waren. Door Hitler werd de drang om terug te keren groter en verbeterde de arbeidsmarkt in Duitsland. Toch bleven er Duitse vrouwen in Nederland achter, omdat ze verloofd en getrouwd waren met een Nederlander. De Kaapverdianen vertrokken al heel lang van hun geboorte-eilanden. Al in de achttiende eeuwen gingen er velen naar Amerika. Toen Sao Vicente in de negentiende eeuw een rol ging spelen als bunkerhaven in de internationale scheepvaart, konden de eilandbewoners nog gemakkelijker weg. Ze verspreiden zich over de hele wereld. In Nederland ging het daarbij lange tijd om hele kleine aantallen. Zo waren er in 1958 20 Kaapverdianen in Nederland. Deze groep breidde zich in de jaren daarna snel uit. Tien jaar later telde men zo’n 700 Kaapverdianen, die vooral in Rotterdam woonden. Pas erg groot werd de groep door de gezinsvereniging in de jaren zeventig. Toen lieten de zeelieden vrouw en kinderen overgekomen. Deze Kaapverdianen kwamen naar Nederland omdat de omstandigheden niet goed waren in het land van herkomst. Nog lange tijd waren de eilanden een Portugese kolonie en werd er een wanbestuur uitgeoefend. Dit wanbestuur en de grote droogteperioden deden velen besluiten het platteland te ontvluchten, waarop de deel van hen in het buitenland terecht kwamen. Anderen vertrokken om de Portugese dienstplicht te ontlopen of zochten het avontuur op. De motieven van beide groepen verschilden dus niet zoveel. Slechte omstandigheden in het thuisland veroorzaakten hun vertrek naar Nederland. Maar ook persoonlijke omstandigheden of karakterkenmerken, een grote behoefte aan avontuur, deden hen in Nederland belanden. Wel verschillend was hun vestigingsplaats. De Duitse dienstboden kwamen overal in Nederland terecht, hoewel velen in de steden in het westen van het land. De zeelieden en hun gezinnen vestigden zich vooral in de grootste havenstad van het Nederland. Een tweede verschil was dat vele Duitse dienstboden na verloop van tijd weer teruggingen, terwijl de meeste Kaapverdianen bleven. Een vergelijking van de integratie is daarom moeilijk. Wel zijn vele Duitse dienstboden door hun huwelijk met een Nederlander nauwelijks meer waarneembaar in de Nederlandse samenleving. Dit in tegenstelling tot veel Kaapverdianen. Toch nemen ook bij hen verschi . . llen tussen autochtonen en allochtonen af. Rui Pedro Gomes 18 november 2002 (leerling 3 havo Thorbecke Voortgezet Onderwijs) |


