English version
kop
 

actueel / Friendly Fire Steen onthuld op Noordereiland 

Op zaterdag 21 augustus heeft voorzitter van de deelgemeenteraad Feijenoord, Seyit Yeyden, een friendly fire steen onthuld op het Noordereiland. De steen, die deel uitmaakt van de brandgens van Rotterdam, markeert de verwoesting die op het eiland is aangericht in de meidagen van 1940. Op initiatief van mevr. E. Vomberg werd een plaquette onthuld op de ‘IJssalon’, Prins Hendrikkade 66. Tijdens de plechtigheid hield filosoof, geboren en getogen Noordereiland-bewoner Henk Oosterling, een pleidooi om ruimte te scheppen voor samenleven.

De brandgrens van Rotterdam is een belangrijke markering in de geschiedenis van de stad en de ontwikkeling van de hedendaagse stad. In 2006 besloten Burgemeester en Wethouders de brandgrens van het bombardement van 14 mei 1940 in de stad blijvend te markeren. Op 14 mei 2010 is deze markering om het verwoeste stadshart opgeleverd.

In de dagen voor het bombardement waren Duitse troepen vanaf 10 mei al op Zuid en het Noordereiland. Het Nederlandse leger hield de Duitse troepen tegen op de Maasbruggen. Het Noordereiland lag in de vuurlinie, met als resultaat o.a. de verwoesting van de hoofden van het eiland door eigen vuur: ‘friendly fire’. Alhoewel geen gevolg van het grote bombardement, is deze verwoesting onlosmakelijk met het bombardement van 14 mei verbonden. Daarom zijn deze verwoeste delen met groene iconen gemarkeerd. Naast het verschil in kleur met de markering op de Noordoever, ontbreekt hier ook het silhouet van de Duitse bommenwerper.
Sluitstuk van de markering zijn de granieten ‘brand-grensstenen’, evenals de markering ontworpen door Adriaan Geuze van West 8, en hier, op het Noordereiland, friendly fire steen genoemd.

Het Noordereiland in de aanloop naar het bombardement van 14 mei 1940

Op 10 mei 1940, voor zonsopgang, viel het Duitse leger Nederland binnen. Nadat vliegveld Waalhaven was gebombardeerd, werden er 700 parachutisten gedropt. Tegen 5 uur landden 12 watervliegtuigjes met 120 man aan boord, op de Maas. Een groepje Duitsers verschanste zich in de Nationale Levensverzekeringsbank aan de Boompjes bij de oprit van de Willemsbrug, de overigen gingen naar Zuid en het Noordereiland.
Zo ontstond op 10 mei het Maasfront: Nederlandse soldaten onder bevel van kolonel Scharroo, tegenover de Duitsers onder Leutnantgeneral Schmidt op Zuid en het Noordereiland.
Nederlandse militairen beschoten het eiland, Engelse en Nederlandse luchtaanvallen misten de Maasbruggen; bommen vielen in de Maas en op het eiland, de hoofden van het eiland moesten het ontgelden.
Tweede Pinksterdag, 13 mei, bestormden de Mariniers de Levensverzekeringsbank en de Willemsbrug. Hun heroïsche strijd was gedoemd te mislukken.

Het ultimatum

Hitler kreeg inmiddels haast en 14 mei rond 9:00 uur viel het besluit Rotterdam om 13:00 uur te bombarderen.
Schmidt wilde in tegenstelling tot zijn superieuren geen vernietigingsbombardement, maar een precisie-bombardement om de weerstand te breken, hij stuurde drie officieren naar Scharroo met een ultimatum dat de stad zich binnen 2 uur moest overgeven onder dreiging van volledige vernietiging.
Scharroo ging hier niet op in, maar stuurde kapitein Backer naar het Noordereiland.
De Duitse parlementairs meldden Schmidt dat Scharroo tijd wilde winnen, maar ze vermoedden dat hij wel bereid was te capituleren.
Schmidt stuurde daarom onmiddellijk een telegram naar Berlijn met het verzoek het bombardement uit te stellen. Om 12:30 uur kreeg hij bericht dat de aanval volgens plan verliep: om 13:20 uur zou gebombardeerd worden, als dat afgelast moest worden moesten rode lichtkogels worden afgeschoten. De bommenwerpers waren onderweg.

Een tweede ultimatum

Om 12:15 uur - een kwartier voor het aflopen van het ultimatum - kwam kapitein Backer aan op het eiland. Schmidt las het antwoord van Scharroo: “Heb uw brief ontvangen, niet ondertekend en zonder vermelding van uw militaire rang. Voordat een dergelijk voorstel in overweging genomen kan worden moet ik eerst een brief met uw naam, rang en handtekening hebben. Wg: Scharroo”.
Schmidt vroeg geërgerd of dit was om tijd te winnen. Backer antwoordde dat een ultimatum ondertekend moet zijn en vroeg naar de voorwaarden voor overgave. Samen gingen ze naar de commandopost aan de Prins Hendrikkade 66b, de ‘IJssalon’.
Op een kistje gezeten schreef Schmidt op de achterkant van de brief van Scharroo: “brief ontvangen, omdat de tijd dringt deel ik u gelijk ook de voorwaarden voor overgave mee”: dan volgden 7 punten, in de laatste meldde hij dat hij binnen 3 uur een beslissing moest hebben.
Om 13:15 uur overhandigde Schmidt dit ‘tweede ultimatum’, aan Backer, en beklemtoonde dat Scharroo voor 16:20 uur zelf zijn besluit moest komen brengen.
Om 13:20 uur verliet Backer de IJssalon. Al in de Van der Takstraat hoorde hij een aanzwellend geluid van vliegtuigen. Schmidt beval onmiddellijk rode lichtkogels af te schieten.
Backer haastte zich met witte vlag over de Willemsbrug. Op dat moment, om 13:27 uur, vielen de bommen.

Overgave

Om 15:00 uur beval Scharroo het vuren te staken en ging met Backer naar het Noordereiland.
Om 15:50 uur kwamen ze daar aan en gingen direct door naar Schmidt op zijn commandopost in de Maashavensilo.
Scharroo was zeer verontwaardigd over het bombardement, bijna 3 uur voor het verlopen van het 2e ultimatum.
Om 16:20 uur tekende Scharroo de overgave van de stad.
Twee uur later trokken Duitse troepen over de Maasbruggen.

 
< Vorige   Volgende >
© 2008 Gemeentearchief Rotterdam | Colofon & disclaimer