English version
kop
 

Monumenten en herdenkingen / De herinnering aan de oorlog 

De Nieuwe Maas bij koopvaardijmonument de Boeg op het Leuvehoofd, rechts de Boompjes. Foto: P. van der Ree. Datering: 12/06/1989.

Tijdens haar eerste bezoek na de bevrijding legt koningin Wilhelmina een krans bij het oorlogsmonument aan de Pleinweg. In het midden: burgemeester P.J. Oud. Foto: Carel Kramer. Datering: 22/09/1945.

Stadhuisplein met het verzetsmonument van de beeldhouwer Mari Andriessen. Foto van A. de Herder. Datering: 11/03/1978.

Monument 'Verwoeste Stad' aan het Plein 1940. Op de achtergrond het kantoorgebouw van Imperial Chemical Industries. Anonieme foto uit 1966.

Gedenkteken naar een ontwerp van S. van Thijn voor de leden van de Joodse Gemeente die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Foto: A. de Herder. Datering: 09/12/1981.

Verzetsmonument aan de Westersingel naar een ontwerp van H. van Lith: een bronzen mannenfiguur verbeeldend het ongebroken verze. Foto van Lex de Herder. Datering: 24/01/1980

 

 

Rotterdam telt ruim zestig oorlogsmonumenten, waaronder één nationaal gedenkteken: het Nationaal Koopvaardijmonument aan de Boompjeskade. Bij dit gedenkteken – ook wel bekend als De Boeg - worden ieder jaar op 4 mei de meer dan 3000 zeelieden herdacht die tijdens de oorlog zijn omgekomen

Herrijzend Rotterdam

Al tijdens de bezetting richtten Rotterdammers gedenktekens op - vaak dat niet meer dan een eenvoudig houten kruis op een plek waar iets was gebeurd: waar een bom was ingeslagen of verzetstrijders waren gefusilleerd.

De plaatsen in de stad waar verzetsmensen waren omgekomen, kregen na de oorlog een permanente markering. Zo werden onder meer aan de Boezembocht, de Hoflaan en het Doelwater witte stenen kruisen opgericht met de tekst ‘Voor hen die vielen’ en de namen van de slachtoffers. Dit gebeurde op initiatief van het Rotterdamse Comité Oprichting Gedenkteken. Dit comité was op 22 mei 1945 in het leven geroepen om een monument te laten maken voor alle Rotterdamse mannen en vrouwen die waren gevallen voor ‘de bevrijding van en de vrijheid voor Nederland’. Het resultaat werd op 4 mei 1957 onthuld op het Stadhuisplein: Herrijzend Rotterdam van de Haarlemse beeldhouwer Mari S. Andriessen.

De Verwoeste Stad

Toch is het beeld van Andriessen niet hét Rotterdamse momument van de oorlog geworden. Die eretitel komt toe aan De Verwoeste Stad van beeldhouwer Ossip Zadkine. Het beeld was een geschenk van de directie van De Bijenkorf, die daarmee zijn 737 omgekomen joodse personeelsleden wilde eren.

In 1949 werd het ontwerp getoond tijdens een Zadkine-tentoonstelling in museum Boijmans. Lang niet iedereen bleek het toen te kunnen waarderen. In de jaren na de onthulling op 15 mei 1953 verstomde het rumoer. Inmiddels is het wereldberoemd. Aan de voet van het beeld vindt de jaarlijkse herdenking plaats van het bombardement van 14 mei 1940.

Monumenten voor de jodenvervolging

Op de joodse begraafplaats aan het Toepad staat een gedenkteken ter nagedachtenis van de Rotterdamse joden die door de Duitse terreur zijn omgekomen. Dit monument is onthuld op 7 september 1947 en was jarenlang het enige gedenkteken voor de jodenvervolging. Op initiatief van het comité ‘Ereschuld aan onze Joodse stadgenoten’ is hier in de jaren zestig een plastiek van Loeki Metz aan toegevoegd. Dit Joods monument staat tegenwoordig in de tuin van het stadhuis.

Ieder jaar vindt op 30 juli de herdenking plaats van de weggevoerde en niet teruggekeerde joodse inwoners uit Rotterdam. Sinds 1992 gebeurt dit op de gedenkplaats bij de Stieltjesstraat op de Kop van Zuid, op het terrein van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen. Hier stond Loods 24, het verzamelpunt waar Rotterdamse joden vanaf juli 1942 op transport werden gesteld.

 

 

 

 

 
< Vorige
© 2008 Gemeentearchief Rotterdam | Colofon & disclaimer