|
Brand in de Jonker Fransstraat als gevolg van het Duitse bombardement van 14 mei 1940. Foto van C. Kramer. Datering: 14/05/1940 t/m 15/05/1940 Duitse militairen poseren bij de door het Duitse bombardement van 14 mei 1940 getroffen Zuiderkerk aan de Gedempte Glashaven. Ter hoogte van de Jufferstraat. Foto van A. de Herder. Datering: 01/06/1940 t/m 31/06/1940 Geraseerde binnenstad tussen Roodezand en Botersloot, o.a. Grote Kerk ruïne, spoorwegviaduct, Gemeente Bibliotheek, uit het zuidwesten. Tekening van C. Schut, Datering: 07/05/1942 t/m 07/05/1942 Gezicht in de door het Duitse bombardement van 14 mei 1940 getroffen Wijnstraat met links pand Noordzee. Uit het westen gezien. Foto van H.F. Grimeyer. Datering: 06/1940 t/m 31/12/1940 Gezicht in de door het Duitse bombardement van 14 mei 1940 getroffen Oostzeedijk, als gevolg van het bombardement is het centrum van de stad grotendeels verwoest. Gezien uit het oosten. Op de achtergrond de molen de Noord aan het Oostplein. Foto van Zandvliet . Datering: 06/1940 t/m 31/12/1940 Op de middenberm van de Lisstraat zoeken bewoners van verwoeste huizen huisraad dat nog bruikbaar is uit. Anonieme foto. Datering: 16/05/1940 t/m 20/05/1940 "Moeder, is dat nu het tweede front, waarover pappie zoo vaak gesproken heeft?" Duits propaganda-affiche na Amerikaans bombardement op Rotterdam-West. Vervaardiger: Anoniem. Datering: 1943. Gezicht op de omgeving van het Marconiplein. Met verwoeste panden als gevolg van het geallieerde bombardement van 31 maart 1943. Als gevolg van dit bombardement is een deel van westelijk Rotterdam rondom de Schiedamseweg grotendeels verwoest. Anonieme foto. Datering: 31/03/1943 t/m 31/04/1943 Gezicht op de Schiedamseweg met verwoeste huizen en gebouwen als gevolg van het geallieerde bombardement van 31 maart 1943. Anonieme foto. Datering: 31/03/1943 t/m 31/04/1943 Voor meer foto's ga naar: Beelden van de verwoeste stad
Nog steeds zijn alle vragen rond het vernietigende Duitse bombardement op Rotterdam van dinsdag 14 mei 1940 niet beantwoord. Vast staat dat op hoog Duits niveau een dergelijk zwaar bombardement wordt beschouwd als middel om de Nederlandse overgave te bespoedigen. Dat is ook wat gebeurt, ondanks de voorkeur van de Duitse commandant in Rotterdam, Schmidt, voor een gericht licht bombardement en onderhandelingen met de Nederlandse legerleiding om Rotterdam tot overgave te dwingen. Het bombardement op Rotterdam van 14 mei wordt uitgevoerd door ca. 90 Heinkel-bommenwerpers van het eskader Kampfgeschwader 54 ‘Totenkopf’ (KG 54), dat onder leiding van Geschwaderkommodore Oberst Walter Lackner staat. Tussen 13.27 uur en circa 13.40 uur vindt het grote oppervlaktebombardement op Rotterdam-Centrum, Kralingen en Rotterdam-Noord plaats. De afgeworpen lading verwoest meer dan 30.000 woningen en panden. In totaal komen als gevolg van dit bombardement 800 tot 900 mensen om.
Fragment interview met generalleutnant Kurt Student, bevelhebber Luftlandekorps De stad brandtDirect na het bombardement breken overal in en rond het centrum van Rotterdam branden uit. Een harde wind wakkert het vuur aan en de brandweer kan in deze situatie weinig uitrichten. Veel materieel is verloren en veel waterbronnen zijn onbereikbaar. Tienduizenden burgers vluchten weg uit de inferno die het stadscentrum nu is. Bijna tachtigduizend Rotterdammers raken hun huis en hun spullen kwijt. In Kralingen en bij de Coolsingel breidt de vuurzee zich verder uit over de stad. Wanneer ’s avonds en ’s nachts de wind draait en nog sterker wordt, vallen andere stadsdelen ten prooi aan de vlammen. Pas op 16 mei zijn de grootste branden geblust. De verliezen zijn immens. Een gebied van ruim 250 hectare is geheel of gedeeltelijk verwoest; het wordt al snel ‘de puin’ genoemd.
Proclamatie burgemeesterNa het bombardement volgt de capitulatie van de stad door kolonel Scharroo. Duitse eisen worden ingewilligd, waaronder de onmiddellijke verspreiding van een proclamatie door de bij de overgave aanwezige burgemeester Oud. Deze moet verklaren dat hij persoonlijk met zijn leven borg staat voor rust in de stad, dat de gevechten met de Duitsers zijn gestaakt en verder verzet geen zin meer heeft. De bevolking wordt opgeroepen voor zover mogelijk ‘aan zijn gewone werk [te] gaan’. De eveneens geëiste verklaring dat de Duitsers als vrienden zijn gekomen, neemt Oud niet op. Wel wordt er gemeld dat de Duitsers op bevel van hun commandant zich tegenover de Rotterdammers ‘welwillend’ moeten gedragen. De proclamatie wordt op een handpers gedrukt omdat de stroom is uitgevallen.
Fragment interview ds. J.J. Buskes VerwoestingenDoor de bombardementen en beschietingen tussen 10 en 14 mei 1940 werd in Rotterdam een oppervlakte van 258 ha, waarvan 158 ha aan bebouwd gebied en 100 ha aan straten en andere open ruimte, verwoest. De verwoestingen van panden waren grotendeels het gevolg van het grote bombardement van 14 mei en de daardoor ontstane grootschalige branden. Ook de talloze beschietingen hebben schade aangericht. In het getroffen gebied waren van 252 straten alle gebouwen verwoest en van 141 straten was de bebouwing gedeeltelijk verwoest. Er gingen in totaal 25.479 woningen verloren waarin 77.607 bewoners gehuisvest waren. Daarnaast waren ca. 2000 mensen woonachtig in 26 hotels, 117 pensions en 44 logementen die verwoest werden. In totaal raakten. 79.600 personen dakloos, 12,8% van de toenmalige bevolking van Rotterdam. Van hen waren per 15 juni 1940 20.887 personen in andere gemeenten ondergebracht, terwijl de anderen op dat moment binnen Rotterdam een (tijdelijk) onderkomen hadden gevonden. Behalve woningen werden tal van bedrijfspanden verwoest: 31 warenhuizen en 2320 kleinere winkels, 31 fabrieken en 1319 werkplaatsen, 675 pakhuizen en vemen, 1437 kantoren, 13 bankgebouwen en 19 consulaten, 69 schoolgebouwen en 13 ziekenhuisinrichtingen, 24 kerkgebouwen en 10 inrichtingen van liefdadigheid, 25 gemeentelijke- en rijksgebouwen, 4 stationsgebouwen, 4 dagbladbedrijven en 2 musea, 517 cafés en restaurants, 22 feestgebouwen, 12 bioscopen en 2 schouwburgen en 184 overige bedrijfsruimten.
|
| < Vorige |
|---|