|
Affiche voor de anti-semitische film De Eeuwige Jood. Ontwerp van Hans Borrebach. Datering: 1941. Voor Joden verboden. Stempel van de Procureur-Generaal bij het Gerechtshof te 's Gravenhage. De procureur-generaal Fung. Gewestelijk Directeur der Politie, Van Genechten. Datering: 1940. Drie jongens staan met hun opgerolde handdoek bij het hek van Stichting Zwembad Schuagt te Krimpen a/d Lek - Lekkerkerk. Aan het hek is een bord vastgemaakt met de tekst: "Voor Joden verboden". Foto van J. van Rhijn. Datering: 1943 t/m 1944. De Stieltjesstraat ter hoogte van een muur van het voormalig gemeentelijk Vrij Entrepot terrein, waarop o.a. loods 24 stond. foto van A. de Herder. Datering: 09/09/1990. Kaddisjin 2000 verscheen het boek Kaddisj van Albert Oosthoek, met de namen en personalia van de joodse inwoners van Rotterdam die tijdens de oorlog zijn omgekomen. De titel Kaddisj verwijst naar het gebed dat wordt uitgesproken bij een overlijden en als algemeen rouwbeklag. Voor Kaddisj hebben Medewerkers van de Dienst Burgerzaken uit alle persoonskaarten de namen opgespoord van joden die in de periode in Rotterdam en de geannexeerde gemeenten hebben gewoond en van wie bekend is dat zij onderweg naar of in een concentratiekamp zijn omgeko¬men. Vrijwilligers van de Stichting Comité Loods 24 hebben de gegevens daarna ingevoerd in de computer. Zo kon worden vastgesteld dat van de joden die in oktober 1941 nog in de stad woonden, 6302 de oorlog niet hebben overleefd. Klik hier voor het raadplegen van de gegevens (Excel-bestand). Kort nadat de Duitsers Nederland hadden bezet, kondigden ze maatregelen af tegen de joodse inwoners. Ze mochten niet meer werken als ambtenaar. Hadden ze een winkel, dan werd die gesloten. En in parken, café’s, bioscopen, musea en zwembaden verschenen bordjes met de tekst ‘Voor joden verboden’. RassenwaanAan de veroordeling van de gehele joodse bevolkingsgroep door de Duitse autoriteiten ging een uitgebreide beoordeling vooraf. Rassenwaan in combinatie met grondigheid leidde tot een absurde bureaucratische indeling op grond van afstamming en verwantschap in voljoden, halfjoden en kwartjoden. Aanmeldingsplicht en registratieIn januari 1941 kregen alle Nederlandse joden van de Duitse bezetter de oproep zich voor eind februari te melden bij de kantoren van de bevolkingsregisters. Deze verordening vormde de administratieve grondslag voor de latere deportaties en was een belangrijk controlemiddel bij praktisch alle anti-joodse maatregelen. De ambtenaren van de bevolkingsregisters brachten nauwkeurig in kaart in welke gemeenten de joden woonachtig waren. De Duitsers konden daardoor precies zien wie er voor deportatie in aanmerking kwamen. Elke jood die zich bij de bevolkingsregisters meldde, moest voor de uitreiking van een aanmeldingsbewijs één gulden aan leges betalen. Feitelijk liet de bezetter de joden dus meebetalen aan de deportaties. Aantal joden in RotterdamIn de Statistiek der bevolking van Joodschen bloede in Nederland uit 1942 wordt het aantal aanmeldingen van joden naar woonplaats opgesomd. Hieruit blijkt dat op 1 oktober 1941 er in Rotterdam 8368 voljoden, 1871 halfjoden en 767 kwartjoden waren. In totaal ging het dus om 11.006 joden. Overigens was het aantal joodse inwoners in Rotterdam sinds het uitbreken van de oorlog flink gedaald door zelfmoorden, evacuatie na het bombardement van 14 mei en vertrek op eigen initiatief. De half- en kwartjoden werden in eerste instantie door de bezetter met rust gelaten, om geen kwaad bloed te zetten bij hun niet-joodse verwanten. De voljoden werden al snel 'gebrandmerkt': in de zomer van 1941 werden hun persoonsbewijzen voorzien van een zwarte 'J'. Vanaf 9 mei 1942 waren alle Nederlandse joden verplicht een jodenster te dragen. Loods 24De eerste deportaties van Nederlandse Joden begonnen in juli 1942. Joden kregen een oproepkaart met de mededeling dat zij voor nader persoons- en geneeskundig onderzoek naar een doorgangskamp te Westerbork zouden worden overgebracht om te beoordelen of zij in aanmerking kwamen voor “eventuele deelname aan een onder politietoezicht staande werkverruiming in Duitschland”. In Rotterdam moesten de joden zich melden bij Loods 24. Deze houten loods lag achter een ruim twee meter hoge muur van de Gemeentelijke Handelsinrichtingen op een afgesloten haventerrein tussen de Spoorweghaven en de Binnenhaven. Op het terrein lagen rails die via het goederenemplacement Feijenoord aansluiting gaven op het spoorwegnet van de Nederlandse Spoorwegen. Behalve de Rotterdamse joden werden van hieruit ook de joodse bewoners van het zuidelijke deel van Zuid-Holland gedeporteerd. Van de deportaties van joden uit Rotterdam ontbreken helaas exacte gegevens. We weten dus niet precies hoeveel personen zijn opgeroepen en verschenen. Het eerste transport vanaf Loods 24 naar Westerbork vond plaats in de nacht van 30 op 31 juli 1942. Razzia’sIn augustus 1942 volgde een tweede oproep aan de joodse inwoners van Rotterdam om zich voor transport bij Loods 24 te melden. Gewaarschuwd door de verhalen over het eerste transport weigerden velen zich vrijwillig te melden. Daarop besloot de bezetter de joden 's avonds na acht uur thuis op te halen. Er vonden vele razzia's in joodse huizen plaats, waarbij ook de Nederlandse politie werd ingezet. Berucht waren de circa dertig Nederlandse politiemannen, die onder de naam Groep X ('tien') de Sicherheitsdienst bijstonden bij het opsporen en oppakken van ondergedoken joden. De opgepakte joden moesten in allerijl hun spullen pakken, waarna zij per autobus of tram werden afgevoerd naar Loods 24. WesterborkIn Westerbork werd nauwgezet bijgehouden wat de laatste woonplaats was geweest van de personen die in het kamp arriveerden. In 1942 werden er 4313 Rotterdamse joden geregistreerd en in 1943 2223. Daarnaast werden in 1944 nog minstens 254 joodse 'arrestanten' vanuit het Rotterdamse hoofdbureau van politie naar het kamp in Drenthe weggevoerd. Opgeteld komen we tot 6790 Rotterdamse joden die in Westerbork zijn gearriveerd. Bijna alle Rotterdamse joden zijn vanuit Westerbork gedeporteerd naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. De treinreis naar deze kampen duurde meestal drie dagen. Na aankomst werden de meeste joden direct vergast. Slechts een enkeling overleefde het verblijf in de kampen. Van de Rotterdamse joodse gemeenschap was na de oorlog bijna niets over. Alleen joden die een ‘gemengd gehuwelijk’ hadden, bleven grotendeels van deportatie gevrijwaard. Uiteraard ontsnapten ook de joden die waren ondergedoken aan de dodelijke rit naar de vernietigingskampen. |
| < Vorige |
|---|